HOOFDSTUK 7 @BRK#Maddie trok aan de teugels zodra ze het bos uit kwamen. De aanblik van kasteel Araluen benam haar altijd weer de adem. Het prachtige kasteel met zijn hoge torens en de sierlijk welvende muren was aan alle kanten van kilometers afstand te bewonderen. Het stond op een lange, geleidelijk oplopende heuvelrug, waardoor het vanuit bepaalde hoeken net leek alsof het zweefde. Aan de vele masten wapperden allerlei vlaggen en banieren, geholpen door de wind die in dit deel van het land altijd leek te waaien. Ze dacht even na, maar ze kon zich niet herinneren dat ze ooit een vlag slap langs de mast had zien hangen. ‘Ik ben altijd weer onder de indruk als ik weg ben geweest,’ zei Ingrid, die de verrukking op het gezicht van haar meesteres had opgemerkt. Maddie knikte langzaam, terwijl haar ogen zich nog altijd aan het fraaie gebouw tegoed deden. ‘Ongelofelijk, hè?’ Het ontbrak kasteel Araluen volledig aan de strenge lijnen die een kasteel als Redmont kenmerkte. Maar de schoonheid van het bouwwerk was niet ten koste van de kracht ervan gegaan. De hoge muren en de diepe slotgracht hielden aanvallers op afstand, terwijl de torens en de kantelen de verdedigers van het kasteel allerlei mogelijkheden boden om zonder gevaar voor eigen leven pijlen, speren, stenen, hete olie en kokend water op de vijand te laten neerdalen. Ze bleven nog een paar minuten stilstaan om van het indrukwekkende uitzicht te genieten, maar toen tikte Maddie met haar hielen de flanken van Zonnedanser aan en reed ze weer verder. Ingrid kwam vlak achter haar aan en ze vervolgden hun weg door het fraaie parklandschap en de kort gemaaide velden die het kasteel omringden. Slechts af en toe bood een plukje bomen een beetje schaduw en beschutting voor mensen die hier een stukje wilden wandelen. Dat was met opzet zo aangelegd. Op die manier kon een grote groep mannen nooit ongemerkt in de buurt van het kasteel komen. Over een afstand van minstens een halve kilometer was het veld open en werd het uitzicht nergens belemmerd, zodat verrassingsaanvallen kansloos waren. Zelfs een groepje van een man of tien werd vanaf een van de vele uitkijkpunten op de kasteelmuur in een oogopslag gesignaleerd. De parkachtige omgeving was een genot voor het oog, maar was toch vooral zo ontworpen om de veiligheid van het kasteel en de mensen die erin woonden te waarborgen. Ze waren nog niet halverwege de vlakte toen ze activiteit bij de hoofdingang zagen. De reusachtige ophaalbrug was naar beneden gelaten, want het was klaarlichte dag en het kasteel werd niet bedreigd. Maddie keek ernaar en wist wat haar te wachten stond. Ze zag de twee schildwachten buiten de hoofdingang plotseling in het gelid gaan staan, terwijl er uit het kasteel een ruiter in volle vaart over de ophaalbrug galoppeerde. ‘Drie keer raden wie dat is,’ zei Maddie met een glimlach op haar gezicht. De eenzame ruiter schoot de heuvel af, naar de twee meisjes toe. Haar lange haar wapperde in de wind en ook de sjaal die ze om haar hals had wuifde alle kanten op. ‘Wat denk je, zou dat heel misschien je moeder kunnen zijn?’ vroeg Ingrid, ook glimlachend. ‘Hare koninklijke hoogheid de prinses-regent?’ antwoordde Maddie. ‘Die zou zich toch nooit zo volks gedragen? Zij weet toch hoe het hoort?’ ‘Vorig jaar deed ze het anders precies zo,’ hielp Ingrid haar herinneren. ‘En het jaar daarvoor ook,’ voegde Maddie eraan toe. Ze maakte Zonnedanser duidelijk dat hij moest stoppen en ging in haar stijgbeugels staan om naar de aanstormende ruiter te kunnen zwaaien. Toen Cassandra vlakbij was trok ze aan de teugels, waarop haar paard uit alle macht afremde en met stijve benen in een wolk van stof en plukjes gras tot stilstand kwam. Ze slingerde haar been over haar zadel en liet zich op de grond glijden, waarna ze met uitgestrekte armen op haar dochter afstormde. ‘Maddie! Maddie! Eindelijk ben je weer thuis!’ Haar stem klonk van de opwinding minstens een octaaf hoger dan gebruikelijk. Maddie stapte op een wat gewonere manier van haar paard af. Ze had haar voet nog maar net uit de stijgbeugel gehaald of daar kwam haar moeder aangestormd, die wild gillend van vreugde tegen haar dochter op botste en beide armen om haar heen gooide – waardoor ze allebei bijna ter aarde stortten. ‘Rustig aan, mama!’ riep Maddie, buiten adem. ‘Je gooit me nog op de grond!’ Ingrid keek geamuseerd toe hoe Maddies voorspelling vrijwel onmiddellijk werkelijkheid werd. Moeder en dochter raakten door de snelheid waarmee Cassandra was komen aanhollen uit hun evenwicht en tuimelden samen in het keurig gemaaide gras, rolden nog even door en proestten het daarna uit van het lachen. Cassandra was de eerste die zich weer een beetje herpakte. Ze kwam overeind en stak een hand uit om Maddie ook weer omhoog te trekken. ‘Wat een reis!’ zei Maddie, nog altijd lachend en de grassprieten uit haar haar vegend. ‘Eerst worden we overvallen door drie struikrovers en als ik dan eindelijk veilig thuis denk te zijn bestormt mijn moeder me als een boze stier.’ De lach verdween van Cassandra’s gezicht zodra de woorden van Maddie tot haar doordrongen. Ze keek bezorgd naar haar dochter. ‘Struikrovers?’ herhaalde ze. ‘Zijn jullie overvallen door struikrovers? Wat is er gebeurd? Gaat het wel goed met jullie?’ ‘Nee, mama,’ zei Maddie zonder een spier te vertrekken. ‘Ze hebben ons allebei vermoord. Wat je nu ziet zijn onze geesten. Natuurlijk gaat het wel goed met ons.’ ‘Maar wat is er dan gebeurd? Was het gevaarlijk? Wanneer was het? Waar zijn die bandieten nu?’ De vragen kwamen achter elkaar Cassandra’s mond uit. Maddie stak een hand op om haar het zwijgen op te leggen, maar daarop richtte haar moeder zich onmiddellijk tot haar reisgenote. ‘Ingrid, vertel! Wat is er gebeurd? Lieve hemel, kan iemand me misschien uitleggen wat er allemaal aan de hand is?’ Ingrid glimlachte geruststellend naar de bezorgde prinses-regent. ‘Heus vrouwe, we zijn nooit echt in gevaar geweest. Uw dochter loste de situatie zonder problemen op.’ ‘Met hoeveel waren ze? Waar zijn ze nu? Gaat het echt wel goed met jullie?’ Het geruststellend bedoelde antwoord van Ingrid bracht Cassandra allerminst tot bedaren. ‘Echt waar vrouwe, het gaat prima. Het is geen moment gevaarlijk geweest.’ ‘Maar vertel nou toch wat er gebeurd is!’ herhaalde Cassandra. Haar stem ging bij elke herhaling van die vraag een stukje omhoog, want ze snakte naar antwoorden. Ze stond letterlijk van de ene voet op de andere heen en weer te wiebelen – het teken bij uitstek dat een moeder zich zorgen maakt als ze gehoord heeft dat haar kind in gevaar is geweest. Maddie legde een hand op haar schouder om haar te kalmeren. ‘Mama, er is echt niet veel aan de hand. We waren op een halve dag rijden hiervandaan. We reden door het Alderbos en daar probeerden drie haveloos uitziende mannen ons te beroven. Ze gingen vlak voor ons staan en geboden ons onze waardevolle spullen te overhandigen.’ ‘Waren ze gewapend?’ vroeg Cassandra gejaagd. Maddie haalde haar schouders op. ‘Een beetje. De een had een knuppel, de tweede een nogal treurige pijl-en-boog, en de derde een speer.’ ‘Die speer stond achter ons, zodat we niet langs die kant konden ontvluchten,’ legde Ingrid uit. Cassandra keek het meisje snel even aan. ‘Dus jullie konden niet meer ontsnappen?’ Van wat de meisjes haar allemaal vertelden werd ze bepaald niet rustiger. ‘Dat was ook helemaal niet nodig,’ legde Maddie uit. Ze begreep werkelijk niet waarom haar moeder er maar over bleef doorgaan. Maar ja, zij was dan ook geen moeder. Ingrid vertelde verder. ‘Vrouwe Maddie gooide met haar slinger de boog van die eerste man aan flarden. En daarna verbrijzelde ze zijn schouder.’ Als ze alleen met Maddie was sprak ze haar gewoon bij haar naam aan, maar in het bijzijn van Maddies moeder was wat meer respect wel op zijn plaats, vermoedde ze. ‘Daarna sloeg Ingrid de tweede man met het zware uiteinde van haar karwats knock-out,’ vulde Maddie aan. Ze keek even naar haar hofdame. ‘Handig dingetje trouwens, zo’n karwats. Daar wil ik er ook wel een van hebben.’ ‘Je hebt hem met een karwats neergeslagen?’ vroeg Cassandra. Het leek haar niet een erg efficiënte manier om met een gewapende struikrover af te rekenen. Ingrid liet haar de karwats zien en wees op de zware stenen knop. ‘Het is geen gewoon rijzweepje,’ legde ze uit. ‘In het handvat zit lood en daar weer aan vast zit deze stenen knop.’ ‘En Bumper heeft de derde man uitgeschakeld,’ ging Maddie verder. ‘Hij kukelde hem zo ondersteboven. Dat vond die gast natuurlijk niet leuk, maar toen heb ik met mijn slinger zijn arm gebroken. Van Bumper moet hij afblijven.’ Ze glimlachte even naar haar paard. Zijn oren schoten bij het horen van zijn naam rechtovereind en hij hinnikte zachtjes. Ze zag dat Cassandra enigszins was gekalmeerd en klopte haar nog een keer zachtjes op haar schouder. ‘Mam, het waren gewoon drie lompe schurken. En ik heb er inmiddels drie jaar training bij de Jagers op zitten, hè. Ik heb echt wel voor hetere vuren gestaan.’ Cassandra wreef even met haar hand over haar gezicht. ‘Dat is allemaal leuk en aardig, maar je blijft wel mijn kind.’ Ze legde haar handen op de schouders van haar dochter en keek haar diep in haar ogen. ‘Weet je zeker dat alles goed met je is?’ vroeg ze op ernstige toon. Maddie lachte breeduit. ‘Niks aan de hand, mama. Echt waar. Ingrid had ze in haar eentje aangekund. Zij staat haar mannetje wel.’ Ingrid wendde glimlachend haar gezicht af. Als het om het staan van een mannetje ging, was er niemand zo goed als haar meesteres. Ze vond het wel grappig dat Cassandra geen idee had van de krijgerskwaliteiten van haar dochter, terwijl ze toch als geen ander met pijl-en-boog, slinger en mes kon omgaan. Ze mocht dan nog in de opleiding zitten, ook een leerling-Jager kon levensgevaarlijk zijn. Zeker als je een sukkelige, slecht bewapende schurk was die meer op bluf en dreigementen vertrouwde dan op de wapens die hij in zijn handen hield. Uiteindelijk was Cassandra weer in staat om een beetje rustiger adem te halen. Ze glimlachte naar haar dochter en omhelsde haar nog een keer, nu wat kalmer dan de vorige keer. ‘Nou ja, als jij het zegt…’ Maddie beantwoordde de omhelzing hartelijk. ‘Heus mam, het gaat prima.’ Ze maakte zich los uit de armen van haar moeder, deed een stapje achteruit en draaide langzaam in de rondte. ‘Kijk maar. Geen krasje te bekennen.’ Haar pirouette was bedoeld als een grapje, maar ze merkte dat haar moeder haar toch van top tot teen onderzocht, op zoek naar iets van een verwonding. Daarna kon de prinses-regent pas echt opgelucht ademhalen. Ze knikte en liep naar haar paard, dat een eindje verderop rustig stond te grazen. ‘Goed, laten we dan maar naar binnen gaan,’ zei Cassandra. ‘Er zitten daar allemaal mensen op je te wachten.’ Ze bestegen hun paarden en reden vlak naast elkaar de grazige heuvel naar het kasteel op. Ze zwegen een tijdje tevreden en hielden elkaars hand vast. Toen ze vlak bij de schildwachten voor de ophaalbrug waren, liet Cassandra Maddies hand los en draaide zich weer naar haar dochter toe. ‘Ik zou dat akkefietje met die struikrovers maar niet aan je vader vertellen,’ zei ze zachtjes. ‘Je kent hem, hij maakt zich altijd zorgen om jou.’ ‘O, híj maakt zich altijd zorgen?’ vroeg Maddie. Ze kon haar oren nauwelijks geloven, maar toen ze zag dat haar moeder bloedserieus was, knikte ze maar. ‘Goed mam, van mij zal hij er geen woord over horen.’ Haar moeder kennende had ze een aardig idee van waar en wanneer haar vader het hele verhaal over haar ontmoeting met de struikrovers te horen zou krijgen. @BRK#De daaropvolgende uren was Maddie druk met het begroeten van allerlei medewerkers en oude vrienden. Ze maakte een rondje door het kasteel en begroette er mensen die ze al zo ongeveer haar hele leven kende. De eerste die ze begroette was natuurlijk haar vader. Arnaut tilde haar, zodra ze van haar paard was afgestapt, in een innige omhelzing met beide voeten van de binnenplaats op. Hij draaide enthousiast een rondje en herhaalde haar naam keer op keer. Toen ze uiteindelijk zo ongeveer iedereen had begroet, op haar grootvader koning Duncan na, trokken haar ouders en zij zich terug in hun appartement in het hart van het kasteel, zodat ze ongestoord wat konden eten. ‘Je kunt vader morgen wel bezoeken,’ zei Cassandra. ‘Hij is erg zwak en hij heeft veel rust nodig.’ ‘Ik had gehoopt dat hij weer een beetje zou zijn aangesterkt,’ zei Maddie met een vleugje droefenis in haar stem. Maar Arnaut schudde zijn hoofd. ‘Nee, hij herstelt bepaald niet. Hij gaat elke dag een beetje achteruit. Ik ben blij dat je thuis bent, want dit kon weleens de laatste keer zijn dat je hem ziet.’ Ze voelde tranen in haar ogen opwellen. Ze wist al een tijdje dat het met de gezondheid van Duncan gestaag de verkeerde kant op ging – vandaar ook dat haar moeder namens hem de rol van regent op zich had genomen. Toch deed het besef dat ze haar opa binnenkort kon kwijtraken haar ontzettend veel pijn. Ze zweeg een tijdje om het slechte nieuws te verwerken. Arnaut sloeg teder een arm om haar heen. ‘Maar wie weet knapt hij wel wat op als hij hoort dat jij er weer bent,’ zei hij. Ze wist haar tranen binnen te houden en dwong zichzelf te glimlachen. Ze was oprecht blij om haar ouders terug te zien en ze verheugde zich op de verhalen die ze aan haar vader kon vertellen – en om meer te weten te komen over zijn plannen om met Gilan op zoek te gaan naar die geheimzinnige Clan van de Rode Vos. In haar achterhoofd was ze al op zoek naar een manier om het zo te regelen dat ze met hen mee kon. Op tafel verscheen een van haar favoriete maaltijden: langzaam gegaarde lamsschouder met rozemarijn en knoflook, met daarbij knapperig geroosterde aardappelen en gestoomde groenten. Het geurige en smaakvolle vlees had al bijna drie uur in een gietijzeren kookpot staan garen. Ze hoefde er met haar mes en vork maar naar te wijzen of het gleed van het bot. ‘Hmm, wat is dat lekker,’ zei ze. ‘Het smaakt net alsof Jenny het heeft gemaakt.’ Haar moeder glimlachte. Ze had de maaltijd dit keer zelf bereid. ‘Ik heb me strikt aan Jenny’s recept gehouden,’ zei ze. ‘Ik ben blij dat je mijn kookkunst waardeert.’ Ze genoten zwijgend van de maaltijd, maar na een tijdje legde Arnaut zijn bestek naast zijn bord om eens beter naar zijn dochter te kunnen kijken. Ze zag er ouder uit, vond hij. Hij realiseerde zich dat ze natuurlijk ook ouder wás – en op haar leeftijd maakte elk jaar een groot verschil. Ze zag er blakend gezond uit en ze straalde ook meer zelfvertrouwen uit dan de vorige keer dat hij haar had gezien. De aanblik deed hem goed. In tegenstelling tot zijn vrouw vond hij het geweldig dat zijn dochter tot Grijze Jager werd opgeleid. Ze deed allerlei tactische en strategische vaardigheden op en ze leerde snel en doeltreffend situaties te analyseren. Dat kon haar nog goed van pas komen als ze eenmaal op de troon zat. ‘Wat heb je daar allemaal gedaan?’ vroeg hij. Het was alsof hij op een knopje had gedrukt waardoor Cassandra haar opgekropte woorden de vrije loop kon laten. ‘Wat ze allemaal gedaan heeft? Dat kan ik je haarfijn vertellen! Ze kreeg op nauwelijks een halve dag rijden hiervandaan een stel struikrovers tegenover zich! Ze vielen haar aan en ze heeft voor haar leven moeten vechten. We mogen blij zijn dat ze hier nu bij ons zit en het is jouw schuld!’ ‘Mijn schuld?’ vroeg Arnaut geamuseerd. Ze knikte verwoed en wees met haar vork zo fel in zijn richting dat hij een stukje achteruitdeinsde. ‘Ja, jouw schuld. Jij hebt haar gestimuleerd om al dat Jagersgedoe door te zetten, terwijl ze ook veilig bij ons thuis had kunnen blijven!’ Hij keek haar onbewogen aan tot ze zich weer enigszins in de hand had en het rood in haar gezicht een beetje was weggetrokken. ‘Vertel, wat is er gebeurd?’ vroeg hij aan Maddie. ‘Ach, het stelde echt niks voor, papa. Drie onhandige boeven dachten dat ze ons wel konden overvallen. Ik heb er met mijn slinger eentje uitgeschakeld, Ingrid sloeg de tweede zijn hersenen in en Bumper heeft de derde te grazen genomen.’ ‘En wat heb je daarna met ze gedaan?’ Maddie haalde haar schouders op. ‘Aan een boom vastgebonden en de heer van een landhuis in het volgende dorp gevraagd ze op te halen. Heer Gerald Nog-Wat.’ ‘Dat zal heer Gerald Wolden wel zijn geweest,’ begreep Arnaut. ‘Ik zal hem een bedankbriefje sturen.’ Hij schoot in de lach. ‘Zei je dat Ingrid er eentje op zijn kop heeft geslagen?’ Maddie lachte vrolijk met hem mee. ‘Ja, met haar karwats. Zo op zijn kop, hij keek er helemaal scheel van.’ Arnaut was onder de indruk. ‘Dat doet ze goed.’ Hij zag Cassandra kijken en knikte naar de schaal met vlees. ‘Wil je me nog een paar stukjes vlees opscheppen?’ vroeg hij. ‘Het smaakt me uitstekend.’ Cassandra zuchtte en schudde haar hoofd over zijn gebrek aan ouderlijke bezorgdheid. ‘Het is wel duidelijk dat jij geen moeder bent,’ zei ze. Arnaut keek haar verbaasd aan. ‘Godzijdank niet,’ antwoordde hij.